Het ruggenmerg loopt vanuit de hersenen door het wervelkanaal van de nek naar beneden. Bij een cervicale kanaalstenose is dit kanaal vernauwd — meestal door slijtage: uitpuilende tussenwervelschijven, botaanwas (osteofyten) en verdikte gewrichtsbanden nemen samen ruimte in.
Wanneer de vernauwing zo uitgesproken wordt dat het ruggenmerg zelf bekneld raakt en minder goed functioneert, spreken we van degeneratieve cervicale myelopathie. Omdat het ruggenmerg alle signalen tussen hersenen en lichaam doorgeeft, kunnen de gevolgen zich zowel in de armen als in de benen tonen. De klachten ontwikkelen zich meestal traag en sluipend, waardoor ze gemakkelijk aan de leeftijd worden toegeschreven.
Artsen gebruiken de mJOA-score om de ernst van een cervicale myelopathie in te schatten en de evolutie op te volgen. U kunt de vragenlijst hieronder zelf invullen; het resultaat is een hulpmiddel, geen diagnose.
Modified Japanese Orthopaedic Association score — maximumscore 18
Dit is een interactieve klinische schaal / zelf-evaluatietool. Bekijk de interactieve versie op de website.
De belangrijkste oorzaak is leeftijdsgebonden slijtage van de nekwervelzuil. Een aangeboren nauw wervelkanaal verhoogt de gevoeligheid. Andere factoren zijn eerdere nekletsels en verbening van gewrichtsbanden. De aandoening komt vooral voor vanaf middelbare leeftijd.
Het klinisch neurologisch onderzoek geeft vaak al duidelijke aanwijzingen: veranderde reflexen, een typisch gangpatroon en verminderde fijne motoriek. Een MRI-scan van de nek bevestigt de vernauwing en toont of het ruggenmerg bekneld of beschadigd is. Een CT-scan kan de benige structuren verder in beeld brengen; een EMG helpt om andere oorzaken zoals zenuwbeknelling in de arm uit te sluiten.
Bij een lichte vernauwing zonder tekenen van myelopathie kan gekozen worden voor opvolging, kinesitherapie en pijnstilling. Belangrijk om te weten: eenmaal er duidelijke myelopathie is, herstelt beschadigd ruggenmerg zich maar beperkt. De behandeling is er dan vooral op gericht verdere achteruitgang te voorkomen.
Bij vastgestelde of toenemende myelopathie wordt daarom meestal een decompressie-operatie aanbevolen: het ruggenmerg krijgt opnieuw ruimte, via de voorzijde (zoals een ACDF op één of meerdere niveaus) of via de achterzijde van de nek (laminectomie), afhankelijk van waar de druk zit. Uw neurochirurg bespreekt de meest geschikte techniek voor uw situatie.
Herkent u deze klachten bij uzelf of een familielid? Wacht niet te lang: bespreek ze met uw huisarts of maak een afspraak voor een raadpleging.