Ook tussen de zeven nekwervels (de cervicale wervelkolom) liggen tussenwervelschijven die als schokdempers werken. Bij een cervicale discushernia puilt de zachte kern van zo'n schijf door een scheurtje in de buitenring naar buiten.
In de nek kan die uitstulping op twee structuren drukken. Drukt ze op een zenuwwortel die naar de arm loopt, dan ontstaat uitstralende pijn, tintelingen of krachtverlies in schouder, arm of hand (cervicale radiculopathie). Drukt ze op het ruggenmerg zelf, dan kunnen ook klachten in de benen, evenwichtsproblemen of onhandigheid van de handen ontstaan (myelopathie) — dat is ernstiger en vraagt sneller behandeling.
Net als in de onderrug ontstaat een nekhernia meestal door een combinatie van slijtage en belasting. Met de leeftijd verliezen de schijven vocht en veerkracht. Langdurig werken in een gebogen nekhouding, roken en erfelijke aanleg verhogen het risico. Soms ontstaat een hernia na een bruuske beweging, maar vaak is er geen duidelijke aanleiding.
De arts onderzoekt kracht, gevoel en reflexen van armen en benen en test welke bewegingen de pijn uitlokken. Een MRI-scan van de nek is het onderzoek bij uitstek om de hernia en de druk op zenuwwortel of ruggenmerg in beeld te brengen. Een EMG kan helpen wanneer het onduidelijk is of de klachten van een zenuwwortel in de nek dan wel van een zenuw in de arm zelf komen, zoals bij een carpaletunnelsyndroom.
De meeste nekhernia's met armpijn verbeteren zonder operatie. De eerste stap is conservatief: aangepaste pijnstilling, relatieve rust gevolgd door kinesitherapie, en eventueel een gerichte wortelinfiltratie om de ontsteking rond de zenuw te kalmeren.
Een operatie wordt overwogen wanneer de pijn ondanks volgehouden conservatieve behandeling aanhoudt, bij toenemend krachtverlies of bij druk op het ruggenmerg. De meest uitgevoerde ingreep is de anterieure cervicale discectomie en fusie (ACDF), waarbij de schijf via de voorzijde van de hals wordt verwijderd en vervangen door een tussenstuk. Bij geschikte patiënten kan een cervicale discusprothese de beweeglijkheid van het niveau behouden. Uw neurochirurg bespreekt welke optie het best bij uw situatie past.
Heeft u aanhoudende nek- en armklachten? Bespreek ze met uw huisarts of maak een afspraak voor een raadpleging.