Bij een wervelindeukingsfractuur (compressiefractuur) zakt het wervellichaam — het blokvormige, dragende deel van een wervel — gedeeltelijk in. De meest voorkomende oorzaak is osteoporose (botontkalking): het bot wordt zo broos dat zelfs een kleine belasting, zoals tillen, hoesten of een misstap, voldoende kan zijn om de wervel te doen inzakken. Soms is er zelfs geen duidelijke aanleiding.
Deze breuken komen het vaakst voor in de overgang tussen de borst- en lendenwervels. In de meeste gevallen blijft de breuk stabiel en geneest ze vanzelf, maar de pijn kan de eerste weken uitgesproken zijn. Bij meerdere ingezakte wervels kan de rug geleidelijk krommer worden en verliest men lichaamslengte.
De belangrijkste oorzaak is osteoporose, die vaker voorkomt bij vrouwen na de menopauze en op hogere leeftijd. Andere risicofactoren zijn langdurig cortisonegebruik, roken, weinig beweging, ondergewicht en een eerdere wervelbreuk. Zeldzamere oorzaken van een ingezakte wervel zijn een ernstig ongeval of een onderliggend letsel in de wervel; daarom wordt elke breuk zorgvuldig beoordeeld.
Een röntgenfoto toont de ingezakte wervel, maar kan niet zien of de breuk vers of oud is. Daarom is de MRI-scan het belangrijkste onderzoek: die maakt zichtbaar of de wervel recent gebroken is (en dus nog pijnlijk en actief) en helpt andere oorzaken, zoals een tumor, uit te sluiten. Een CT-scan beoordeelt de stabiliteit en de positie van eventuele botfragmenten.
Even belangrijk als de breuk zelf is de oorzaak. Daarom wordt zo goed als altijd een botdichtheidsmeting (DEXA) gepland en een bloedonderzoek verricht, en wordt de behandeling van de onderliggende osteoporose meteen mee opgestart. Dat is geen bijzaak: na één wervelbreuk is de kans op een volgende breuk sterk verhoogd — ongeveer één op vijf patiënten krijgt binnen het jaar een nieuwe breuk.
De meeste osteoporotische wervelbreuken genezen conservatief binnen zes tot twaalf weken. Conservatief betekent geen afwachten, maar actief herstel: aangepaste pijnstilling, korte relatieve rust gevolgd door geleidelijk weer bewegen, eventueel tijdelijk een zacht steunkorset, en kinesitherapie met valpreventie. Langdurige bedrust wordt vermeden, omdat die botten en spieren verder verzwakt.
Blijft de pijn ondanks een goede conservatieve behandeling te hevig — meestal beoordeeld na vier tot zes weken — dan kan een kyfoplastie of vertebroplastie overwogen worden: via een dunne naald wordt botcement in de gebroken wervel gebracht om die te stabiliseren en de pijn te verlichten. Deze ingreep werkt het best bij een recente breuk; men wacht er daarom niet te lang mee, want een wervel die al aan het genezen is, laat zich minder goed met cement vullen.
Een open operatie met schroeven is bij osteoporotische breuken zelden nodig. Ze komt in beeld bij een onstabiele breuk, bij een breuk die na verloop van tijd verder inzakt (soms door een vertraagde botafsterving, de zogenaamde ziekte van Kümmell), of wanneer botfragmenten op de zenuwen of het ruggenmerg drukken en krachtverlies veroorzaken.
De breuk behandelen zonder de botontkalking aan te pakken, laat de belangrijkste oorzaak onbehandeld. Toch verlaat vandaag nog een groot deel van de patiënten met een fragiliteitsbreuk het ziekenhuis zonder botbehandeling. In dit zorgtraject krijgt iedere patiënt daarom, naast de behandeling van de breuk zelf, ook een aanpak van de osteoporose: voldoende calcium en vitamine D, botversterkende medicatie op maat, valpreventie en verdere opvolging door de huisarts, de reumatoloog of de geriater. Zo daalt de kans op een volgende breuk aanzienlijk.
Heeft u plotse, aanhoudende rugpijn? Raadpleeg uw huisarts of maak een afspraak voor verdere beoordeling.