Een cervicale discusprothese is een alternatief voor de klassieke fusie-operatie (ACDF). Net zoals bij een ACDF wordt de aangetaste tussenwervelschijf via de voorzijde van de hals verwijderd en wordt de druk op zenuwwortel en ruggenmerg weggenomen. In plaats van de wervels te laten vastgroeien, wordt echter een beweeglijke kunstschijf geplaatst die de natuurlijke beweging van het niveau nabootst. Dit kan de belasting van de aangrenzende niveaus mogelijk verminderen.
De prothese is vooral geschikt voor relatief jonge patiënten met een cervicale discushernia en armpijn, bij wie de nek nog goed beweeglijk is en er weinig slijtage van de facetgewrichten is. Bij uitgesproken artrose, instabiliteit of belangrijke botaanwas geniet een fusie meestal de voorkeur. Uw neurochirurg beoordeelt op basis van uw beeldvorming welke optie in uw situatie het meest geschikt is.
De voorbereiding is dezelfde als bij een ACDF: een raadpleging bij de anesthesist, het tijdelijk stoppen van bloedverdunners in overleg en nuchter zijn op de dag van de ingreep. Rookstop bevordert het herstel.
De risico's zijn vergelijkbaar met die van een ACDF: tijdelijke slikklachten of heesheid, en zeldzaam nabloeding, infectie of zenuwletsel. Specifiek voor de prothese zijn ongewenste botvorming rond het implantaat (waardoor de beweeglijkheid kan afnemen) en, zeer zeldzaam, verplaatsing of slijtage van het implantaat. Uw chirurg overloopt deze risico's met u.
U staat dezelfde dag onder begeleiding weer recht; lichte slikklachten zijn normaal.
Ontslag uit het ziekenhuis na controle.
Dagelijkse activiteiten rustig opbouwen; de nek mag normaal bewogen worden.
Lichte arbeid kan in overleg hervat worden; zo nodig kinesitherapie voor houding en nekspieren.
Controleraadpleging met beeldvorming; sport en zwaarder werk worden geleidelijk hervat in overleg.
Wilt u weten of deze behandeling iets voor u kan betekenen? Maak een afspraak voor een raadpleging; uw neurochirurg bespreekt graag alle mogelijkheden met u.