Door het wervelkanaal — de benige koker gevormd door de wervels — lopen de zenuwen die uw benen, blaas en darmen aansturen. Bij een lumbale spinale kanaalstenose is dit kanaal in de onderrug vernauwd, waardoor de zenuwen minder ruimte krijgen.
De vernauwing ontstaat vrijwel altijd geleidelijk, door slijtage: de tussenwervelschijven worden lager en puilen wat uit, de gewrichtjes tussen de wervels verdikken en de gewrichtsbanden worden dikker. Samen nemen ze ruimte in van het kanaal. Kanaalstenose komt daarom vooral voor bij mensen ouder dan zestig jaar.
Typisch is dat de klachten houdingsafhankelijk zijn: rechtop stappen vernauwt het kanaal extra, terwijl vooroverbuigen of zitten ruimte schept en de klachten verlicht. Veel patiënten merken dat fietsen vlot lukt, maar wandelen snel pijn of zware benen geeft.
De belangrijkste oorzaak is leeftijdsgebonden slijtage (artrose) van de wervelzuil. Een aangeboren nauw wervelkanaal, een wervelverschuiving (spondylolisthesis) of een discushernia kunnen de vernauwing verergeren. Overgewicht en zwaar belastend werk spelen mee.
Na het gesprek en een klinisch neurologisch onderzoek is een MRI-scan van de lendenwervelzuil het belangrijkste onderzoek: die toont de plaats en de ernst van de vernauwing. Een CT-scan kan aanvullend de benige structuren in beeld brengen. Soms wordt een EMG verricht om andere oorzaken van beenklachten, zoals een polyneuropathie, uit te sluiten. Ook vaatonderzoek kan nodig zijn, omdat etalagebenen door slagadervernauwing gelijkaardige klachten geven.
Bij milde tot matige klachten starten we conservatief: kinesitherapie gericht op houding, core-stabiliteit en conditie, aangepaste pijnstilling en advies rond bewegen. Een epidurale infiltratie kan tijdelijke verlichting geven. Een kanaalstenose is zelden een spoedgeval; veel patiënten kunnen er met deze maatregelen lang goed mee verder.
Wanneer de stapafstand sterk beperkt blijft of de levenskwaliteit ondanks conservatieve behandeling te veel lijdt, kan een decompressie-operatie (laminectomie) overwogen worden: de neurochirurg maakt het kanaal ruimer door het bot en de verdikte banden die de zenuwen beknellen weg te nemen. Wanneer er ook een wervelverschuiving of instabiliteit is, kan een spondylodese (fusie) aan de ingreep toegevoegd worden.
Hulpmiddel om te bepalen of een raadpleging neurochirurgie zinvol kan zijn.
Dit is een interactieve klinische schaal / zelf-evaluatietool. Bekijk de interactieve versie op de website.
Merkt u dat uw stapafstand steeds korter wordt? Bespreek uw klachten met uw huisarts of maak een afspraak voor een raadpleging.